Schrijfervaring door de jaren heen

PicoSearch
 

TOP

Het prille begin

Opstellen maken was al heel vroeg mijn lievelingstaak. Steevast werd het mijne tot beste van de klas uitgeroepen, wat me in het begin verbaasde en me later vertrouwen schonk. Bijgevolg werd ik aangeduid om samen met veel beste leerlingen van lagere schoolklassen in Antwerpen aan een interscolaire competitie deel te nemen. Daar werden ook opstellen naartoe gestuurd om mee te tellen in het totaal van de uitslagen per klasniveau. Mijn opstel eindigde als derde beste van enkele honderdtallen uit de hele stad. De titel ben ik al lang vergeten. Ik was toen 11 en heel fier met het getuigschriftje dat de St. Laurentius lagere school, waar ik leerling was, dan toch enige roem verschafte.

TOP

Inhoud van het heelal - filosofisch essay van een tiener

In de periode 1958-61 in de Grieks-Latijnse Humaniora lager middelbaar, in het Dr. Ahausinstituut te Tilburg Nederland, had alles wat natuur was tot in het heelal mijn interesse.
Prentjes daaromtrent van chocoladerepen Jacques werden al enkele jaren ijverig gespaard, maar ook een aantal prachtige kleurprenten over het ontstaan van de wereld, waar de leraar aardrijkskunde zo jaloers op was, dat ik ze hem ten afscheid cadeau schonk.
In Antwerpen had ik een Aula pocketboekje 'Evolutie' gekocht en bracht dat mee, maar het werd prompt op de indexlijst gezet in dat Katholieke internaat van die tijd. Gelukkig had ik er tijdens de vakantie al heel wat uit gelezen.
Al deze impulsen versterkten alleen maar mijn eigen ideeŽn over hoe alles in zijn werk moest zijn gegaan en wat begrippen als tijd en taal en godsdienst bijvoorbeeld in wezen betekenden.
Tijdens de veel te lange opgelegde studie-uren begon ik deze inzichten voor mezelf in een schriftje te zetten.

Het was aan het eind van het schooljaar '59-'60 helemaal vol. Het volgend schooljaar werd alles netjes overgezet in een speciaal daartoe aangeschaft nieuw schrift, zonder de doorstrepingen en aanvullingen van het klad. Er werden plaatsen uitgespaard voor toepasselijke prentjes, die er nadien werden bij geplakt. Met een 'normograaf' werden in groene inkt grote druklettertitels toegevoegd en met zwarte de paginanummering. Het pril filosofisch schriftje was uitgegroeid tot 74 pagina's en kreeg de met ball-pen in Hollywood stijl geÔllustreerde titel: 'Inhoud van het heelal'. Het is nog steeds in mijn bezit. Dit zijn de hoofdstukjes:

Voorwoord3
Heelal5
Atoom7
Ontstaan der planeten10
Leven op aarde17
De mens30
Het verstand34
Godsdienst39
Taal42
Strijd om het bestaan44
Evolutie48
Ontstaan van alle leven 51
Tijd56
Ruimtevaart59
Einde der aarde68
Conclusie70
Inhoudsopgave74

En dan waren er natuurlijk nog de prachtige illustraties...

heelal (103K)
Mijn oudste kleinzoon en petekind Natan Pirard heeft de proefdruk van een facsimile voor zijn twaalfde verjaardag cadeau gekregen. Voor andere geÔnteresseerden is deze binnenkort ook beschikbaar op bol.com.

TOP

Leerlingenblad 'De uitlaat'

In de poŽsis van het schooljaar 1962-63 nam ik het initiatief om samen met nog twee medeleerlingen een schoolblad op te richten in het Stannislauscollege te Berchem-Antwerpen. Als beste leerling Nederlands en gelauwerd opstellenschrijver en dichter moest zoiets mij wel lukken, dacht ik. Het blad heette 'De uitlaat'. En dat was het ook in alle betekenissen. Leerlingen konden er hun ideeŽn kwijt over ernstige en minder ernstige onderwerpen, maar ook over wat er zoal op gebied van leerlingeninspraak kon verbeterd worden op college (en in die tijd was dat gewoon nog alles). Het blad is dan ook geen erg lang leven beschoren geweest. Na enkele uitgaven werd het door de directie gecensureerd en daarna verboden... We waren nog te ver van mei '68 verwijderd, toen wij babyboomers eindelijk openlijk dierven contesteren en daar zelfs een soort sport van maakten. Maar vroege impulsen hadden hier en daar al eerder de kop opgestoken.

TOP

Eerste novelle 'Als engelen zat zijn'

Na veel opstellen schrijven en daar onafgebroken lof voor krijgen van de leraar Nederlands, besloot ik maar eens een roman te gaan proberen. Zowat elke avond kroop ik na de routine van huiswerk en soms wat lessen leren achter de oude schrijfmachine die mijn vader me had cadeau gedaan. Daar begon ik te typen aan een satirische kolderroman. Ik was toen sterk onder de indruk van de stijl van de Franse schrijver Boris Vian.
Het surrealistische (en nogal humoristisch) kolderverhaal begint met een aanhef die vanuit het niets al een tijd in mijn hoofd dreunde: "En toen kwam er een neus binnen. O wat een neus was dat. Reeds lang, ja lang keek ik naar die neus. Ik kon er niet naast kijken..." En het einde luidt "Toen stierf ik".
Daar tussenin verzeilt de ik-persoon van de ene in de andere onzinnige situatie met allerlei gekke drukke mensen, die elk hun eigen ideaal nastreven en zich daarmee in nesten werken.
Het verhaal, zo dat er al is, heeft op zich geen enkele betekenis of logica, en ook de opeenvolgende scŤnes zijn vrij zinloos tot compleet gek, al gaat het om 'courante' voorvallen. Eigenlijk bedoelt deze novelle ook alleen maar dat uit te drukken: het zinloze bestaan en de gekke drukte die mensen daar over maken. Het was de tijd van het existentialisme. Tussendoor worden ook al enkele flarden van rijpende filosofische ideeŽn meegegeven, zoals: 'het iets is een curieuze structuur van het niets', dat in de mond wordt gelegd van een figuur die filosoof denkt te zijn.
En er is ook een scŤne van de teloorgang van een mierennest omdat een schoonmaakster er een emmer vuil water had langs gekieperd, en dan de klaagzang van de dikke moedermier die tenslotte uitgeput in het slijk neerploft. Deze scene is op zich hilarisch, maar indien men de mieren door mensen zou vervangen zou alles bloedernstig zijn geworden. Die relativiteit dus, of hoe wij onszelf ernstig nemen te midden van zo'n grote wereld met allerlei andere wezens die daar veel minder last van schijnen te hebben...
Mogelijk probeer ik volgend jaar er toch nog iets mee te doen, afwachten dus.

TOP

Een tweede novelle 'Homo Slapiens'

Geen wonder dat de enige uitgever naar wie ik na enkele jaren het manuscript van 'Als engelen zat zijn' had gestuurd (Heideland) mij liet weten dat: 'een dergelijk ratjetoe echt niet voor uitgave in aanmerking komt'. Het was ook echt veel te druk geschreven, de lezer werd er te moe van, of misschien wel zo gek als de schrijver indien hij het helemaal had uitgelezen.
Dus begon ik op mijn eenentwintigste, dat was in 1967, met een nieuwe poging. 'Homo Slapiens' werd geschreven in een luchtiger doorzichtiger stijl. Het manuscript is spijtig genoeg verloren gegaan. Ik had het aan een vriendin laten lezen en die was er enthousiast over (of was ze eerder enthousiast over mij?). Hier en daar stonden in het rood wat op- en aanmerkingen. Zeer vaak stond er bij de titel van een hoofdstuk 'heel goed'. Maar ik heb het nooit in typevorm gezet en de losse kladbladen zijn na jaren van verhuizen verdwenen. Ik wist zelfs de titel niet meer, tot er in zo'n spiraalschriftje een getypt hoofdstukje opdook.
Er is geen ik-figuur. Het reilen en zeilen van de mensen speelde zich in een soort post-derde-wereldoorlog landschap af, in een deels gedegenereerde oorlogssituatie, waar soldaten der grootmachten elkaar enkel uit gewoonte nog najoegen met geweren met mini-atoombommetjes op. Er was ook een besmettelijke ziekte 'elevatoritis', mensen wilden dan alleen nog in hoge gebouwen wonen. En die zaten dan ook allemaal propvol, al waren het eerder ruÔnes. Er was weer geen echt plot of verhaal, alleen een beschrijving van een groepje mensen en hun pogingen om in de gekste omstandigheden te overleven. Zelfde soort kolder dus als het voorgaande. Alleen eindigde dit op een positieve noot met als slotzin: "toen werd ik geboren".

TOP

Aforismen

Vanaf mijn zeventiende had ik de gewoonte om af en toe een korte gedachte in een agenda te noteren. Het waren aforismen die ik op zeker moment in een schriftje heb bijeengetypt (dat lukte alleen door er eerst geduldig de spiraalveer helemaal uit te schroeven en dan de geruite blaadjes ťťn voor ťťn door de typemachine te draaien). Er zijn er al enkele die uit 1963 dateren, maar het jaar daana, vanaf mijn achttiende, begon het pas serieus. Ik dacht heel veel na over alles en noteerde dan van die plots opduikende samenvattende inzichten.
Uit 1967 zijn er ook enkele goede opstellen bewaard in zo'n spiraalschriftje. Maar het maken van aforismen ging onverminderd door gedurende bijna al de jaren van mijn leven. Tot op vandaag heb ik er bijgevoegd op mijn website.

en 'Stof tot nadenken'

Wat eveneens onverminderd doorging was het noteren van wat men uitgewerkte aforismen zou kunnen noemen. Het zijn uitgeschreven beschouwingen over allerlei levensonderwerpen. Ze zijn telkens maar ťťn of enkele pagina's lang. Het zijn producten van mijn geest, van wanneer ik me daartoe terugtrek. Ik had en heb altijd deze behoefte gehad om helemaal op mezelf, als het kan alleen zonder mensen om me heen, aan een schrijftafel te zitten en dan diep in de geest te duiken en te kijken, te beschouwen, gedachten te ordenen. Meestal kon mijn hand het schrijven niet bijhouden aan het tempo waarin waardevolle gedachten in mijn geest opborrelden. Vaak gingen gedachten op die manier ook gewoon verloren en moest ik me tevreden stellen met wat er dan wel was neergeschreven. Ik ondervond het drukkende contrast tussen het inwendige denken en beschouwen op vele sporen tegelijk, en het veruiterlijken van gedachten in een seriŽle lijn.

In die schriften heb ik ook zelden geschrapt of verbeterd. Het was gewoon een continu proces van naar buiten brengen wat er vanbinnen klaar zat. Het schrijven is voor mij dan ook maar een gevolg van het denken. Het denkend ordenen van kennis is hoofdzaak. Het schrijven is de herinnering daaraan min of meer vast leggen, hetzij voor eigen gebruik (op het moment zelf, of ooit indien dat nodig zou blijken) hetzij voor het gebruik van anderen die daar hopelijk ook wat aan hebben, zoals ikzelf er veel plezier aan heb beleefd telkens. Het zijn eigenlijk piekmomenten, waarop dergelijke stukjes worden naar buiten gebracht en aan het papier toevertrouwd. Ik herinner me dat er vaak een periode van zekere onrust aan voorafging, al dan niet gemengd met wrevel over het feit dat het mij omwille van gezin en drukke beroepsleven niet lukte om onmiddellijk aan de behoefte toe te geven om me alleen ergens neer te zetten en te schrijven. Spijtig voor mij had mijn omgeving hier ook totaal geen begrip voor en eiste me quasi volledig en exclusief voor zichzelf. Maar in mij is het verlangen om te schrijven altijd blijven voort sluimeren, en zoals gezegd kwam de vervulling ervan toch ook regelmatig aan de oppervlakte in deze kleine stukjes 'Stof tot nadenken', waar ik vaak maar een half uur of een uurtje op zondagmiddag of voor het eten aan schreef.

Na mijn op rust stelling heb ik dan eindelijk de tijd gevonden om al die brouwsels weer eens ter hand te nemen. In feite was ik enkele jaren eerder al begonnen met het intypen ervan op tekstverwerker. Een tekstverwerker is een heerlijk gereedschap. Ik had zoiets tientallen jaren eerder al moeten hebben. Vooral voor langere documenten zoals een boek is het geschikt. Men kan niet alleen heel gemakkelijk stukken tekst inlassen en verplaatsen zonder dat het geheel een onoverzichtelijk gekrabbel wordt, maar ook netjes indelen op meerdere niveaus en dan de nodige titels bij elkaar bekijken en ordenen. En men kan altijd terugkomen op wat men gedaan heeft. Als men vroeger grote documenten op papier wou maken was dat allemaal even anders en moest men vernuftige notitiesystemen met verwijzingen en inlegblaadjes bedenken, die het nalezen soms tot een soort ralley deden ontaarden.
Ik heb dus al die stukjes per onderwerp kunnen klasseren: filosofie, spiritualiteit, religie, natuur, samenleving enzovoort. Dan volgde het eveneens nogal enorme werk van het manueel indexeren, dat wil zeggen het zoeken van de trefwoorden en de lijsten opstellen van artikels waarin die voorkomen. Maar ook dat is zeer goed te doen en dankzij HTML (hyperlink text mark-up language) kunnen de links gemakkelijk worden geactiveerd en kan men gaandeweg al zoeken naar overeenkomsten. Dit trefwoorden register vergemakkelijkt dan het beter sorteren en klasseren weer op zijn beurt.

Meteen heb ik dan de meeste van die artikels op internet gezet, hetgeen ook voor mezelf handig is, want ik kan daar ook zelf gauw dingen gaan opzoeken en bekijken die ik ooit over een onderwerp schreef, om de ideeŽn al dan niet letterlijk in nieuwe geschriften te verwerken of verder uit te breiden.

'Stof tot nadenken' is naast de boeken die ik schrijf mijn belangrijkste erfenis. Doorheen mijn leven heb ik, zoals Klein Duimpje zijn steentjes, deze stukjes als mijlpalen vastgelegd die voorlopig verwijzen naar waardevolle inzichten van waardevolle momenten, met de bedoeling dat die verder bekeken en verwerkt kunnen worden in grotere gehelen. Dat laatste, verwerken in grotere gehelen, ben ik sedert 2004 beginnen doen in de vorm van enkele manuscripten voor filosofisch en psychologisch getinte boeken. Ik beschouw dit als mijn belangrijkste levenswerk en nalatenschap.

TOP

Tijdschriftartikels

In 1965 beleefde ik een periode van overgang tussen het studentenleven enerzijds en het beroepsleven anderzijds. Ik was als bissend vrij student geneeskunde ingeschreven aan de K.U.L. maar verbleef thuis in Antwerpen. Er was dus veel tijd en ik had me aangediend bij de redactie van het maandblad 'Ons Land' (het latere 'Panorama') om voor hen iets te schrijven. Prompt kreeg ik een pak documentatie mee met gegevens over wat tot een artikel moest verwerkt worden. Het ging over geneeskunde, meer bepaald de rol van bepaalde geneesmiddelen. Ik heb dat artikel geschreven en het werd zonder veel veranderingen gepubliceerd. Even leek het erop dat schrijven loont, want ik kreeg nadien plots een enveloppe met tweeduizend frank als honorarium daarvoor.
Daarna heb ik nog twee of drie andere artikels helemaal van eigen hand ingediend voor een rubriek 'Mensen met meningen'. Het waren beknopte levensbeschrijvingen van bekende figuren, zoals de schilder Gauguin, waar vooral hun menselijke eigenheid in tot uiting kwam.

TOP

'De levende Kennispiramide' - psychologisch essay

In die tijd (ca. 1965) liep ik heel vaak te denken over de menselijke geest en het menselijk brein. Het viel mij op dat daar in de wetenschap weinig aandacht werd aan besteed, en als dat al gebeurde dat het dan altijd over ziekten en andere negatieve aspecten ging. Het verbaasde me dat met name de psychologie nog altijd geen neutraal referentiemodel had van wat ik dan de gezonde menselijke geest zou noemen. En ik vroeg me af hoe wetenschappers dan met recht en reden over afwijkingen konden spreken, afwijkingen van wat? Ook viel het me op dat er geen uniform jargon bestond en dat een aantal vanzelfsprekende constanten niet werden benoemd of vernoemd.

In 1966 was ik op een aforisme gaan doordenken waarin de relatie van kennis tot bewustzijn en zelfbewustzijn werd samengevat. En dit bleek zeer inspirerend voor mij. Soms zat ik hele avonden lang te schrijven aan nota's over allerlei aspecten van de menselijke geest en van sociaal gedrag. Ik formuleerde daarmee gaandeweg een hypothese die niet alleen de werking van de menselijke geest enigszins verklaarde, maar tegelijk ook een neutraal referentiekader gaf waarmee deze kon worden beschreven, inclusief de afwijkingen daarvan. Dit alles werd aanvankelijk een pakket van zo'n 250 bladzijden geschreven stukken. De inspiratie was zo sterk dat mijn hand het soms niet kon bijhouden. Ik kwam ook niet direct aan structureren toe, maar was vooral bezorgd alles alvast zoveel mogelijk op papier te hebben. Die nota's hebben dan een aantal jaren stil gelegen. In afwachting van de wegens studie uitgestelde legerdienst volgden er perioden van tijdelijk werk zoeken en interims. Dan die legerdienst zelf. Intussen waren de inzichten voor mezelf wel nuttig bij het beschouwen en plaatsen van andere mensen en hun interesses en bezigheden, hun frustraties en mislukkingen ook, en zelfs voor de typering van groepen en hele samenlevingen.

Een eerste poging om die nota's te herstructureren was mislukt. Dat wil zeggen dat het werk vastliep en ik er moest mee ophouden omdat het te aangrijpend bleek voor mijn eigen geest. Ik besloot toen het te laten rusten en later opnieuw te bekijken. Maar de essentie ervan bleef me bezighouden en dienst doen. In sommige artikels van 'Stof tot nadenken' maakte ik zelfs referenties naar die hypothetische kennistheorie.

In januari 1978 had ik een boekje gelezen van een zekere Anthony Campbell. Tot mijn grote verbazing vond ik daarin heel wat terug van de basisidee van mijn eigen kennistheorie. Ik vond het toen hoog tijd om de nota's daarvan opnieuw op te nemen en de voornaamste ideeŽn in een samenhangend verhaal bijeen te plaatsen. Dit werden ongeveer 160 getypte A4 pagina's. Algauw bleek het nodig hier en daar zaken verder aan te vullen en uit te leggen, maar de algemene structuur was intussen tot stand gekomen, deels overgenomen van de eerste poging tot structurering tien jaar eerder. Mijn haast om deze dingen vast te leggen kwam voort uit het feit dat ik me had opgegeven om transcendente meditatie te gaan leren vanaf maart dat jaar. De auteur van het eerder genoemd boek was zelf een adept van die meditatietechniek. En ik wou zeker zijn dat mijn weergave niet kon beÔnvloed worden daardoor. Dus ben ik enkele maanden opnieuw volop doende geweest, tot het werk voor de zoveelste keer vast liep. Intussen heb ik ook die tweede poging of voorlopige versie wel altijd bijgehouden, samen met de bedoeling om dit werk ooit te voltooien. Nu in deze tijd met de beschikking van moderne tekstverwerking en met mijn op-rust-stelling is dat mogelijk geworden. Maar ik heb voorrang gegeven aan een tweetal filosofische basiswerken, die intussen zijn voltooid (en uitgegeven in 2009).

Najaar 2005 ben ik dan mijn derde poging begonnen om ook 'De Kennispiramide' te voltooien en daar was ik in 2006 nog volop mee bezig. Na veertig jaar rijping van de ideeŽn lukte het deze keer vrij goed. Het gebeurde eerst volledig uit het hoofd, en zodra het werk zijn volledige omvang had, heb ik er de oude nota's op nagetrokken en het daarmee wat herwerkt en aangevuld. Dan heeft het weer anderhalf jaar stil gelegen, maar half 2010 was het eindelijk klaar (na veertig jaar). In de tweede helft van dat jaar is de review gestart en die liep door tot in 2012 toen het in A4 formaat 272 pagina's telde .

Eind 2012 begin 2013 werd het manuscript aan drie proeflezers gegeven voor een evaluatie. Dat waren respectievelijk een ex-docent logistiek, een intelligente huisvrouw, en een neurofysioloog en -chirurg. Allen lopen hoog op met dit werk en hun opmerkingen en suggesties heb ik dankbaar in een nieuwe versie opgenomen die nu 279 pagina's telt (gedrukt wordt dat 400 of meer). De neurochirurg is van oordeel dat de moderne bevindingen van de wetenschap in het gegeven model reeds aanwezig zijn en dat alles lijkt te kloppen, en hij wil het nog eens opnieuw grondig doorlezen alvorens een definitief commentaar te leveren. Wetenschappelijk gezien worden wel vaker modellen gehanteerd, die dan later geheel of gedeeltelijk worden geverifieerd of gefalsifieerd naargelang. Dit boek wordt hoe dan ook echt een heel belangrijk werk. De titel is intussen ook uitgebreid tot "De levende Kennispiramide - de wetten van het denken". Werd in 2013 nagekeken door drie proeflezers en wat aangepast. Er komt nog een recensie bij van de neurofysioloog. Mogelijk is het eind 2014 klaar voor publicatie, al maak ik me geen illusies over grote oplagen.
Een beknopte recensie

TOP

Een garnizoenstijdschrift

Toen ik in 1970 mijn verplichte legerdienst aanvatte werd mij eerst een opleiding als 'radarist' gegeven. Maar toen die achter de rug was en ik mijn definitieve eenheid vervoegde bleek daar geen radar voorhanden. Ik werd als chauffeur ingedeeld. Dat betekende veel lege wachttijd en af en toe een missie. Daarom was ik spontaan naar de sociale dienst van de kazerne gestapt om aan te bieden daar wat werk bij te doen. De kapitein was hoogst verbaasd ("Dat heb ik nog nooit meegemaakt dat een soldaat zelf om werk komt vragen"), maar ook aangenaam verrast. En algauw kreeg ik een deeltijdse bijfunctie op zijn kantoor. Hij had zelf ook nog andere functies en was het grootste deel van de tijd dus afwezig. Dan regelde ik alles, tot uitstappen voor de miliciens toe. Ook avondcursussen heb ik toen ingericht die gegeven werden door miliciens voor miliciens, evenals hobby avonden voor onder andere fotografie en zeefdruk, geleid door specialisten die ook hun dienst moesten doen. Dat was op zich al een unicum en is nadien geofficialiseerd in heel het leger, tot de verplichte legerdienst uiteindelijk afgeschaft werd. Maar intussen nam ik ook de kans waar om een tijdschrift op te richten, of her op te richten. Natuurlijk was ik zelf degene die daar zowat alle artikels in moest verzorgen. Maar het werd met veel plezier en interesse gelezen, ook door de beroepsmilitairen. De teksten en meestal grappige tekeningen werden op stencil gezet en daarna op blaren afgedraaid en geniet. De kaft was van de hand van een milicien die zeefdruktechniek beheerste, in zeven kleuren. Ik heb jammer genoeg de laatste exemplaren ooit weggegooid maar de naam was "De vliegende kanonnier".
Het tijdschrift werd naar het eind van mijn legerdienst toe verboden, omdat ik er een artikel had ingezet dat iets te levendig de spot dreef met de drill-oefeningen. Het was aan de censuur van de uitsluitend Franstalige korpscommandant ontsnapt... Maar de brigadegeneraal verstond Nederlands en had het wťl gelezen...

TOP

Nota's van persoonlijke ervaring

Na een paar jaar meditatie-ervaring had ik besloten om ook in aparte schriften dat soort meer persoonlijke of intieme dingen te schrijven, waarvan er al enkele tussen de 'Stof tot nadenken' waren terecht gekomen. Dit werd dan 'Ervaringstof - ervaring is tof'. Daarmee begon ik in 1980.
Ik had ondervonden dat de menselijke geest zichzelf en de wereld niet alleen kent, maar ook ervaart. Kennis en ervaring zijn nauw verbonden en vormen eigenlijk twee polen van de levende geest.
Het gaat soms over op het eerste zicht eenvoudige alledaagse zaken, zoals ik ook in zo'n schrift ooit optekende dat ťťn van mijn kinderen aan haar zusje vroeg: "Als gij sterretjes ziet, zijn dat dan streepjes of puntjes...?" Het antwoord is uitgebleven of heb ik niet gehoord.

Veel van deze ervaringen zijn niet geschikt om publiek te grabbel te gooien, zeker niet in een zo eenzijdig rationele wereld als onze westerse maatschappij van vandaag. Bovendien ben ik zelf ook altijd uiterst kritisch geweest voor de betrouwbaarheid ervan, en anderen zouden dat des te meer zijn. Voor mij was het er alleen om te doen de herinnering van het moment enigszins vast te leggen. Of en hoe dit later bruikbaar wordt weet ik nog steeds niet. Sommige ervaringen die ik herlees komen weer levendig voor de geest, van andere ben ik verbaasd dat ik die ooit opschreef. Maar het vormt mogelijks ooit interessant studiemateriaal ter vergelijking met wat anderen hebben vermeld en opgetekend in hun reis naar spirituele vervulling. Voorlopig blijft het wel binnenskamers.
In 1996 ben ik ermee gestopt, omdat bepaalde 'ervaringen' al eerder waren opgetekend, en ook omdat... Wel laat ik die laatste optekening hier weergeven. Het is een soort poŽtisch allegorische weergave van hoe ik me voelde:

POSITIE KIEZEN - 19 juli 1996

Ik heb blijkbaar stelling genomen op een positie waar hemel en aarde elkaar ooit moeten ontmoeten.
Ik roep de hemel om naar de wereld te komen, en ik roep de wereld om naar de hemel te gaan.
Ik sta met mijn voeten op de aarde en grijp met mijn handen de hemel. Dat is niet de meest comfortabele houding altijd. Ik bevind me nog steeds op een soort braakterrein, waar ik in feite zelden iemand tegenkom.
Ik zou mezelf kunnen plaatsen in het onderste van de hemel, of op het bovenste van de aarde, helemaal. Dan zou ik duidelijk het gevoel hebben ergens bij te horen.
De hemelbewoners willen niet echt met de wereld te maken te hebben. En de aardbewoners niet echt iets met de hemel. Soms komt zo'n lagere hemelbewoner in een soort verkenningsvlucht even over mijn braakland scheren. Als ik hem wenk zegt hij versterking te zullen halen en verdwijnt weer in de wolken. Of een aardbewoner klimt even op een ladder, kijkt naar het lege land waar nog zoveel plaats is en verdwijnt weer met de boodschap dat hij nog volk gaat halen.
Intussen wacht ik, en blijf wachten. Ik zie ze aan beide zijden allerlei projecten opzetten. Project op project, hoop op hoop. En ik blijf geduldig, maar meestal ongeduldig, wachten en wenken.
Intussen schijnen de aardbewoners mij nogal eens te verwijten dat ik met het hoofd in de wolken zit. En van de hemelbewoners voel ik het stille verwijt dat ik met mijn voeten in de modder zit.
Wat kan een mens nog meer doen, dan zich van zijn situatie bewust worden en geduld oefenen, terwijl de hemel naar de aarde groeit, en de aarde naar de hemel, laagje per laagje.

TOP

Nog tijdschriften: 'TM-Nieuws'

De TM-beweging van Maharishi Mahesh Yogi, de Indische wijsgeer en pedagoog die transcendente meditatie in de wereld bracht en goeroe van de Beatles, was en is internationaal goed georganiseerd. In sommige landen zoals de VS en het VK heeft men zelfs eigen onderwijs tot op universitair niveau. In BelgiŽ is het zover nooit geraakt, maar toch poogde men ook hier zoveel mogelijk informatiekanalen te openen en te onderhouden. Daar hoorde dan een eigen tijdschrift bij. Al vroeg werd mijn schrijftalent opgemerkt en kreeg ik de vraag om alvast voor de provincie Brabant iets uit te geven. Zo gebeurde en na enkele jaren bleek ons provinciaal tijdschrift zo goed aan te slaan dat we meteen gevraagd werden dit op nationale basis te gaan doen. Het aantal lezers steeg daarmee van enkele honderden meteen naar meer dan vierduizend.

Aanvankelijk waren er voldoende Engelse teksten die in degelijk Nederlands vertaald konden worden. Omdat het vaak om voordrachtteksten van de grote meester zelf ging moest biezondere aandacht worden geschonken aan het capteren van nuances. Voor termen of begrippen was het zaak het juiste Nederlandse woord daarvoor consequent toe te passen. Een zekere tijd hebben we alles ook nog eens netjes in het Frans vertaald voor de parallelle editie die in het Zuiden van het land werd verspreid.

Toen een nieuw concept van het nationale nummer werd ingevoerd, kon ik me weer op de regionale editie toeleggen, die intussen alle Vlaamse provincies bestreek. Iedere uitgave bevatte slechts ťťn recente voordrachttekst. Daarnaast waren ook andere teksten nodig, soms van buitenlandse auteurs. Verder kwam in de latere uitgaven ook een politieke column, die door mijzelf werd verzorgd, samen met artikels over binnenlandse en buitenlandse gebeurtenissen die met spiritualiteit en natuur te maken hadden. Dit was voornamelijk het geval nadat we ook een 'grass-roots' partij hadden opgericht, de 'Natuurwetpartij', waarvoor ik het manifest schreef en de website verzorgde. Het werd de eerste politieke partij die met een eigen website aankwam. Zij ging op internet op 28 juli 1996.

TOP

Artikel in het wetenschappelijk tijdschrift 'Natuur en Techniek' over luchtverkeersleiding

Eind '95 tot begin '97 gaf ik les in het opleidingscentrum voor luchtverkeersleiders in Zaventem. Als trouw abonnee sinds 1963 van het wetenschappelijk maandblad 'Natuur & Techniek' werd ik aangezocht om voor dat blad eens een artikel te maken over luchtverkeersleiding. Mijn aanvankelijke tekst moest tot de helft worden ingekort. Maar het bleven toch nog twaalf gedrukte pagina's. Het verscheen in augustus 1996 in de 64ste jaargang. Men kan het artikel op deze website inkijken.

In het opleidingscentrum werd het als introductiemateriaal gebruikt voor aspirant-verkeersleiders. Het vormt een beschrijving van de manier waarop luchtvaart in goede banen wordt geleid. Zowel de verkeersleiding als de moderne ICT systemen, waarvan zij thans gebruik maakt, worden beschreven in verstaanbare taal voor de leek. Het bevat intermezzo's zoals een beschrijving van de indeling van het luchtruim. Er wordt ook verwezen naar andere verwante systemen in het buitenland. Op gebied van luchtvaart gelden immers internationale normen, zowel voor procedures van verkeersleiders en piloten als voor de informatiesystemen die hen daarbij behulpzaam moeten zijn.

TOP

Adequaat verkeersstromenbeheer

In de jaren die volgden heb ik tot vlak voor mijn op-rust-stelling gebruiks- en ontwerpdocumenten opgesteld voor allerlei aspecten van dergelijke systemen. Zo is er op Google Books en eveneens op deze website een onafgewerkt document te vinden onder de titel 'Adequaat verkeersstromenbeheer'. Met de zoekfunctie op de homepage of via de tekst pagina is dit gemakkelijk te vinden. Het is overigens het enige van dergelijke documenten dat in het Nederlands is gemaakt, alle andere 'Operational Requirements Documents' zijn in het Engels, de voertaal in de luchtvaart.

Maar dit document is vooral een voorafgaande theoretische studie van alle deelaspecten van het in goede banen leiden van voertuigen, vaartuigen of vliegtuigen, gebaseerd op de praktijkervaring. Het is een uitgebreide analyse van de elementen en hun interacties, die meespelen bij het plannen en uitvoeren van een optimale verkeerssequentie, zowel toepasbaar op luchtvaart als op andere transportsystemen (scheepvaart, trein en autoverkeer enz.)
Doelgroep: verkeersdeskundigen. (deels afgewerkt).

TOP

Filosofisch essay 'Het iets is een curieuze structuur van het niets'

Na mijn op-rust-stelling als hoofd van de Data Systems Specialists cel in het verkeersleidingcentrum CANAC te Steenokkerzeel heb ik eerst deze website gemaakt, en daarna ben ik me opnieuw uitgebreider gaan toeleggen op mijn oude hobby en roeping: het schrijven.

De nota's die door de jaren heen als 'Stof tot nadenken' waren bijeengeschreven werden even opnieuw bekeken en zo rees de inspiratie om een aantal ideeŽn die daarin voor komen in het geheel van een boek te verwerken. Omdat niet alles in ťťn boek gaat ben ik begonnen met het meest algemene en fundamentele en dat is een eerste filosofisch essay geworden. Het is een metafysisch model als antwoord op de fundamentele zijnsvraag. De titel: 'Het iets is een curieuze structuur van het niets' refereert aan een vroeg aforisme dat ik met name in '68 neerschreef: 'Het universum is een trilling van het oneindige niets'. Later ben ik dat 'niets' gaandeweg wel met een hoofdletter gaan schrijven, uit verwondering en bewondering, voor dat wat is.

Het boek werd in 2006 uitgegeven onder de titel 'Het grijpbare Niets'. Het bevat een dertigtal hoofdstukken, waarin telkens vanuit een ander aspect is gekeken naar dat wat is en ons omringt als universum. Aspecten zoals 'Wat is dan dat absolute niets?' 'Kan iets uit niets ontstaan?' 'Van oerknal tot heelal, en verder' 'De illusie van bewegingspatronen of vormen' 'Cyclussen' 'Asymmetrie' 'Anatomie van tijd en ruimte' 'Evolutie op kosmisch vlak' en nog vele andere komen uitgebreid aan bod. Alles wordt ingepast in een samenhangende beschrijving van totaalconcept dat uit het geheel moet duidelijk worden.

Wie wat dieper nadenkt komt oog in oog met de diepere werkelijkheid: niets bestaat echt.
Alleen 'niets' is echt mogelijk. Het niets blijkt logischerwijze de ultieme bestaansgrond. Tegelijk neemt men toch alles rondom waar en ook zichzelf. Hoe kan dat?
Filosofen hebben zich door de eeuwen heen gebogen over de fundamentele zijnsvraag. In hun antwoorden hebben zij vele nieuwe vragen doen rijzen, en contradicties, eindeloos...
In dit boek nemen we even afstand van al die vragen en nemen een frisse duik in de werkelijkheid. De lezer wordt daarbij op geleid bezoek meegenomen om alle aspecten van de werkelijkheid te bezien. En die gaan van de oneindige rust en stilte van de leegte zelf, het niets, het zijn, tot de meest turbulente chaos, en alle tussenvormen van dien.
Er wordt getoond hoe relatief de dingen en gebeurtenissen zijn, ook tijd, ruimte en voorwerpen, en hoe onze waarneming zelf verwrongen en onvolledig wordt, dus altijd onjuist is.
Bijgevolg is onze visie, ook als ze wetenschappelijk gefundeerd is, altijd onbetrouwbaar, omdat zelfs wetenschap in eerste instantie en uiteindelijk altijd op waarnemingen steunt.
Dit betekent niet dat wat we weten en denken waardeloos is, het is alleen nooit definitief.
Om het weten te verruimen is er deze multipele benadering van de werkelijkheid vanuit alle mogelijke hoeken in een dertigtal hoofdstukken. De benadering is zodanig gekozen dat altijd de samenhang met de oorsprong, de arche, het niets, wordt aangehouden. Dit laat de lezer toe steeds meer van het geheel te overzien, en in te zien dat de verschillende werkelijkheden verschijningsvormen van hetzelfde zijn. (Voor sommigen zou dit soort filosofie zelfs een helend effect hebben). Veel vragen en paradoxen worden op die manier opgelost. Het simultane van tijd en oneindigheid, het ontstaan der dingen, de evolutie met strijd, verlies en winst, de relativiteit van alles, de plaats van onszelf in dat geheelÖ

Het werk werd geschreven in amper een viertal maanden, maar het is de neerslag van een intern vrij spontaan denkproces dat veertig jaar heeft geduurd. Ik heb me bewust afzijdig gehouden van door anderen geformuleerde filosofieŽn om dit proces niet te verstoren. De inspiratie is oorspronkelijk dan ook niet in woorden, maar eerder in beelden.

"Het grijpbare Niets" is een unieke nieuwe visie op de werkelijkheid, die past in de holistische cultuur die al geruime tijd de kop opsteekt. Het is een samenhangend theoretisch model waarmee de verschillende aspecten van de werkelijkheid beschreven, begrepen en aanvaard kunnen worden. Een antwoord op de fundamentele verwondering, en een helende balsem voor wie lijdt onder de pijn van het zijn.
Het is voor het eerst uitgegeven op 5 april 2006. De tweede druk is verschenen in oktober 2009 onder ISBN 978 90 796 6605 8 en samen met "De Oerslang" aangeboden op de Antwerpse Boekenbeurs van 2009. Beknopte recensie en mogelijkheid om te bestellen Beknopte weergave on-line

De derde herziene druk verscheen op 15 mei 2014 op bol.com en zal ook in ebook-versie onmiddellijk downloadbaar zijn. Behalve dat In deze derde druk een aantal kleine typ-, taal- en spelfouten gecorrigeerd zijn, maar alle neologismen behouden bleven, werden bepaalde begrippen nader benoemd, geÔllustreerd en iets verder uitgewerkt. Aan het einde van het boek is nu ook een lijst met veelgebruikte termen en de neologismen van de "Trillend Niets Theorie" met hun verklaring beschikbaar.

TOP

Antropologisch essay 'De Oerslang of Het Universele Denken'

Het eerste boek was nog maar bij een paar kandidaat-uitgevers of er waren al plannen voor twee volgende.
Aan een daarvan zijn we eind 2004 begonnen en het werd half 2005 voltooid als: 'Het diepe denken van de mensen'. Dit is een andere benadering van wat in het voorgaande staat beschreven. Hier gaat het minder om de visie op zich dan om het feit dat, en de manier waarop mensen door de vele eeuwen heen altijd hebben gepoogd een totaalconcept van wat is en hen omringt te beschrijven en ook te beleven.

Bedoeling was uiteindelijk aan de hand van elementen uit alle culturen tot een samenhangend beeld te komen van de gemeenschappelijke factoren: dat wat de mens universeel echt in zijn diepste bezighoudt. Ter motivering wordt de lezer eerst op geleid bezoek meegenomen doorheen de stadia van het universele denken van de mensen door de eeuwen heen: er wordt een verheldering gegeven van wat traditie en cultuur i.h.a. betekenen, hoe ze werken en waar ze toe dienen.
Een aantal verklarende hoofdstukken zijn daarbij gewijd aan aspecten zoals 'Het doel van traditie en haar methode', 'Oorsprong en ontstaan van tradities', 'Taal en symbolen', 'Religie en gemeenschap', 'Het Godsbegrip'... Constanten uit mystiek, mythologie en religie komen aan bod, maar ook die uit cultuurvormen van zogenaamd primitieve volkeren. In 2006-7 is het boek herwerkt. De titel werd nu 'De Oerslang of het Universele Denken'. De samenvatting van de 'trillend niets theorie' viel weg en er kwamen nog enkele belangrijke hoofdstukken bij: 'Wat mythologen bezielt' en 'Geschiedenis van de mythologie'. Hierin wordt aangetoond hoe mythologieŽn ontstaan en in herkenbare lagen zijn opgebouwd en hoe verschillende mythologieŽn historisch uit elkaar zijn ontstaan. Daarna worden een aantal universele symbolen en thema's uit de mythologieŽn en kennistradities daarop betrokken en verklaard.

Het boek geeft een inzicht in en een verklaring voor het ontstaan van onze cultuur, ook hoe historisch onze westerse cultuur is gegroeid. Het is een pleidooi voor de vergelijking van uiteenlopende neerslagen van kennis en tradities in de verschillende culturen, op zoek naar onderliggende gemeenschappelijke boodschappen daarin, en naar wat ons als mensen overal bindt.
Tot slot wordt ook de wisselwerking tussen cultuur en natuur binnen deze ruime context nog eens uitgebreid in de verf gezet, om nadruk te leggen op de praktische consequenties van een universele 'totaalvisie' met bijbehorende eenheidsbeleving.
Deze benadering wil bijdragen tot een beter inzicht en begrip ten overstaan van andere culturen, opdat mensen op die gemeenschappelijke basis van kennis en (h)erkenning weer een stapje dichter tot elkaars aanvaarding en respect kunnen komen.

Publicatie in paperback formaat onder de titel: 'De Oerslang of het Universele Denken' kwam tot stand eind mei 2008
Een tweede herziene druk, als paperback van 191 pagina's, is verschenen in oktober 2009 onder ISBN 978 90 796 6606 5 en werd samen met "Het grijpbare Niets" op de Antwerpse Boekenbeurs aangeboden. Beknopte recensie en mogelijkheid om te bestellen...
Beknopte weergave van de eerste versie on-line

Eind 2013 is dit gehele werk bij bol.com verschenen en als ebook onmiddellijk downloadbaar.

TOP

Artikels op Wikipedia

Sinds 2006 verschijnen op de vrije online encyclopedie Wikipedia intussen ook een aantal artikels van mijn hand. Enerzijds zijn het specialisatieartikels in verband met luchtvaart zoals: Luchtruim, Klaring, Separatie. Ook een aantal bestaande artikels zijn verder aangevuld of verbeterd, zoals Luchtverkeersleider. Aan de andere kant zijn er die met de werking van de menselijke geest te maken hebben, zoals Ruimtelijk inzicht. En ook mythologie komt aan bod: Yggdrasil, Odin, Sarasvati... In 2007 ben ik doende geweest met het maken van overzichten van de wereldmythologieŽn en het aanvullen daarvan met artikels over de meeste bijhorende godheden. Het werd in feite een verzameling researchmateriaal voor de gelijktijdige herwerking van het boek "Het Diepe Denken van de Mensen of Wat Mythologen bezielt".

TOP

En nog artikels op Wikipedia

Blijkbaar werkt dit medium nogal verslavend. Inmiddels zijn er (eind 2009) ruim 2.800 artikels door mij verbeterd of uitgebreid. Eťn zesde daarvan zijn ook nieuw van eigen hand. Zie Gebruikerspagina op Wikipedia. Een studie over de vroegste millennia die aan onze beschaving ten grondslag liggen heeft heel wat tijd, lectuur, cursussen en aandacht gevergd, maar leidde tegelijk tot boeiende gegevens die zorgvuldig in een database zijn verwerkt, en levert ook interessante verbanden en inzichten. Hiermee heb ik belangrijke nieuwe artikels kunnen opzetten en uitwerken, zoals de Geschiedenis van Kanašn, De Indusvalleibeschaving (met 'etalagester'), Babylon enz. Dit vormde tegelijk de neerslag van voorbereidende research voor de publicatie van De Oerslang of het Universele Denken en het volgende werk dat hierna genoemd wordt.

TOP

Antropologisch essay 'Tussen Spiegel en Speer'

Het volgende essay heet "Tussen Spiegel en Speer", ISBN 9789081069700, en handelt over de relatie tussen de seksen door de millennia heen.
Eind 2007 werd de outline er al voor neergezet en in de helft van 2008 begonnen met schrijven van de hoofdstukken, deels gebaseerd op de database over mythologie die de laatste jaren werd aangelegd.
Deze studie schetst in grote lijnen de macrohistorie, de laatste tienduizend jaar ontwikkeling van onze culturen, maar dan geaxeerd op de man-vrouw relatie. Het werk bevat heel veel boeiende details en verwijzingen naar mythologie, archeologie en geschiedenis, om de hier gestelde hypothese te staven. Een hypothese waarvan delen reeds door vroegere auteurs zijn naar voren gebracht, zoals Sir James Frazer, Robert Graves, James Mellaart, Marija Gimbutas, Merlin Stone, Bettany Hughes e.a
We onderzoeken de relatie tussen de seksen door de millennia heen, en de mogelijke oorzaken en gevolgen van de verschillende rollen. Heel wat historische, archeologisch en mythologische referenties worden aangedragen. Daarvoor gaan we eerst een heel eind terug in het verleden, zelfs tot het Neolithicum, toen de overgrootmoeders de beschaving schiepen. Daarna wordt het ontstaan van de mannenmaatschappij belicht, de status quo van vandaag beschreven, en tenslotte wordt een blik op de toekomst geworpen.

In dit werk komen vrouwen en mannen meer over zichzelf en elkaar te weten, dan ze ooit hadden durven vermoeden. Het is verschenen op 14 december 2010 als paperback van 373 pagina's, met smaakvol kaftontwerp van kunstenares Maria Swinnen.
In 2012 werd deze antropologische studie door universiteitsprofessor M.A.C. de Haardt, Tilburg en Leiden, alvast gekwalificeerd als 'degelijk' en 'interessant'.
Meer lezen (en eventueel bestellen?)... In 2014 is een tweede herziene druk verschenen als large paperback van 320 pag. vanaf eind januari 2014 beschikbaar op bol.com, en sinds 13 mei ook als ebook. Prof. W. T. Hathaway van de universiteit van Oldenburg heeft een inhoudsopgave in het Engels opgevraagd samen met de literatuurlijst en is behoorlijk onder de indruk. Er is blijkbaar internationale belangstelling gerezen voor dit werk en een Engelse vertaling is klaar. Mogelijk verschijnt de Engelse versie half 2015 onder de titel: "Between Spear and Mirror - A Gender Study of the Past Nine Millennia and further".

TOP

De mensvriendelijke tuin

Op de Boekenbeurs eind 2009 was het al opgevallen dat de commercie daar haar ding doet en zich op de massa richt. Kookboeken, stripverhalen, kalenders en tuinboeken lijken wel tot de top van de hedendaagse literatuur te behoren. Met enig wrang gevoel zagen we horden potentiŽle lezers aan ons standje van puur filosofische en antropologische werken voorbijtrekken, zonder dat ze er zelfs maar enige aandacht aan schonken. Ik grapte toen dat ik in het vervolg tuinboeken zou gaan schrijven.

In de lente van 2010 realiseerde ik me inderdaad dat ik op dat moment dan wel in een gelijkvloers appartementje leefde, met een kleine pottentuin, maar in mijn leven toch in feite heel wat met tuinen en tuinboeken was bezig geweest. En dat ik bijgevolg daar een behoorlijke kennis en expertise van bezit, na al het voorbereidend lees- en studiewerk destijds, en de ervaring van het praktisch ontwerpen en aanleggen van een aantal opeenvolgende tuinen, zelfs voor anderen. Een boekenplank of twee zijn trouwens nog behoorlijk gevuld met uiteenlopende exemplaren over het onderwerp en die dienen nu als literatuurlijst.
Het was gezellig en boeiend om weer in die sfeer te duiken en in alle herinneringen, terwijl ik in mijn werkkamer gewoon rustig aan de portable kon zitten typen. Het werkje is heel snel tot stand gekomen, in drie maanden tijd, door tussendoor wat pagina's te maken binnen een vooropgesteld indelingsplan dat de inhoudsopgave is.

Het is theoretisch een praktisch, maar praktisch een theoretisch tuinboek geworden. Er zitten heel wat bespiegelingen in om het geheel toch iets meer diepgang te geven dan een courant tuinboek. Toch kan het echt wel als leidraad gebruikt worden voor wie zelf zijn tuin wil ontwerpen of verbeteren, of een vijver aanleggen enzovoort. Het staat vol praktische tips en truuks over het wekken van illusies, om foute proporties te corrigeren, om de zaak groter of kleiner te doen lijken enz. Verder staan er een dozijn tuintypen in beschreven, waaruit men kan kiezen en die men ook kan combineren in zogenaamde tuinkamers. En achteraan staat, na de stapsgewijze handleiding voor het ontwerpen, een praktische vragenlijst, die de lezer moet in staat stellen om te weten te komen, wat hij of zij nu precies zelf wil.
Het geheel is geÔllustreerd met tekeningen, en beslaat 114 pagina's, met talrijke eigen kleurenfoto's.
Verschenen op 28 juni 2011 in relatief kleine proefoplage in kleurendruk. Er komen positieve reacties op. Sinds eind 2013 ook beschikbaar op bol.com als ebook en verder...

TOP

Hogere gezondheid

Op vakantie in Denemarken in de zomer van 2010 bekroop mij, in de gezonde natuurlijke omgeving waar we verbleven, de lust om eens wat diepere beschouwingen over gezondheid neer te schrijven.
Er waren al wat oude teksten over fijnere lichamen, die heb ik niet eerst opnieuw bekeken. Het ging om inspiratie die op het moment zelf spontaan opkwam, op basis natuurlijk van die oudere kennis. Soms typte ik uren aan een stuk en konden mijn vingers de gedachtestroom nauwelijks bijhouden. Dat heeft zo enkele dagen geduurd, verspreid over een week ongeveer. Het eerste deel beschrijft in het kort de fijnere structuur van ons organisme en de vitale stroom daarin, die het levend houdt. De visie betrekt in die stroom ook de afvalstoffen, die eventueel voor problemen kunnen zorgen. Er wordt heel diep op de materie ingegaan, letterlijk, en in een tweede deel worden de normale maatregelen voor onderhoud van de fijnere lichaamstructuur uiteengezet, die blijkbaar door nogal wat mensen vergeten worden, waardoor ze een abonnement op geneeskunde en pillen aangeboden krijgen.
Het gaat eenvoudig om hygiŽne, voeding en beweging. In dat laatste deeltje wordt ook de liefde beschreven, haar effect, en ook het effect en de noodzaak van rust. (Welja, na de liefde...) Preventieve gezondheidszorg betekent in feite dat men in eerste instantie datgene doet waardoor men uit handen van de geneeskunde zou moeten blijven. Als men daar terecht komt is het meestal al erg gesteld met een mens.
Samen met de vroeger geschreven hoofdstukjes over fijnere lichamen wordt dit werk mogelijk een handig beknopt overzichtsboekje voor het bereiken en in stand houden van de toch door iedereen gewenste hogere graad van gezondheid. Die zou dusdanig moeten zijn, dat hij preventief alle ziekte en ongemakken buiten het organisme houdt, zoals dat een baby in feite van nature gegeven is. Met deze handleiding komt men al een heel eind weer in die richting. Maar er is nog wat werk aan, ook aan het boekje.

TOP

Alle liefde vloeit naar het Zelf

De Oud-Indische upanishaden zijn verhalen die een ongelofelijke diepgang hebben. Ze vertellen op eenvoudige boeiende wijze hoe bepaalde fundamentele aspecten van het leven en van de kosmos in elkaar zitten. Het zijn even oude wijsheden die erin worden uitgebracht. Een Engelstalige publicatie "All Love Flows to the Self - Eternal Stories from the Upanishads" van Kumuda Reddy, Thomas Egenes en Linda Egenes trok mijn aandacht. Het is op een zeer vloeiende bevattelijke wijze geschreven als vertaling uit het Sanskriet. Het boek richt zich niet alleen tot volwassenen, maar is ook voor jongeren zeer toegankelijk. Daarom dacht ik dat een Nederlandse vertaling niet mag ontbreken en ben daaraan eind 2010 begonnen. Het was in 2012 klaar voor uitgave en werd op 7 september 2013 uitgegeven. Bestellen kan hier (ook als ebook).

TOP

De kosmos als nijlpaard - Mythologie als wetenschap

Dit antropologisch essay (ISBN 9789081069786) is in de maak. Het werd opgezet op 2008-12-11 als idee. De ondervinding dat mythologie meer te bieden heeft dan alleen maar 'leugens', en integendeel zelfs een onschatbare verborgen waarde in zich herbergt, is beginnen dagen na de uitgebreide research die ik voor "De Oerslang" had gedaan. Toen is duidelijk geworden dat mythologieŽn bovendien als identificatielabels kunnen dienen voor opsporing van verhuizing en samensmelting van volken en culturen in een ver verleden, wat ook reeds in "De Oerslang" werd uitgelegd.
Maar wat vooral opvalt in deze tijd, is dat er zo weinig wordt mee gedaan, met die oeroude kennis die Homo sapiens in zijn lange bestaan heeft opgebouwd voordat ze werd neergeschreven. Er zit dan ook ontzettend veel wijsheid in mythologieŽn. De vraag is echter: kunnen wij die daar nog uit halen, en zo ja hoe? Daarop trachten we in "De kosmos als nijlpaard" een antwoord te geven door mythologie systematisch aan te pakken als wetenschap (materieel object) en op de wijze van wetenschap (formeel object).
Waarom deze titel? De kosmos is groot en machtig, en brengt het leven voort, maar kan ook woest zijn. Hoe kon je als grondlegger van de beschaving van het Oude Egypte bijvoorbeeld het best dit reusachtige machtige levende wezen dat de kosmos is symbolisch samenvatten? Door het beeld van een ander groot machtig levend wezen te gebruiken, maar dan ťťn dichter bij de hand voor deze mensen: dat van een drachtig nijlpaard. Men noemde die oerkracht Taweret. Het nieuw gecreŽerd beeld werkt dan als een kapstok, waaraan andere (al dan niet nieuwe) beelden, metaforen, kunnen worden opgehangen. Dit is de essentie van mythologie als methode: Ze vat begrippen samen in metaforische (denk)beelden en drukt die uit voor ruimer begrip. De mythologie is zelf een reflectie van de hele kosmos. Ook de wetenschap is zo'n beeld. Maar mythologie is ook de wetenschap van die tijd.
In de loop van 2009 zijn de eerste kleine stukjes tekst geschreven, nadat een elementaire outline was opgesteld. Intussen groeit dit boek met kleine stapjes, in feite nog tussendoor, aangezien ook drie of vier andere tegelijk op stapel stonden of staan. Maar er borrelt alvast een boel inpiratie en tussen 2011 en 2014 is er regelmatig aan voortgewerkt.
Taweret (29K)
Taweret (Afb. Wikimedia, Jeff Dahl)

TOP

thuispagina Laatste wijziging: door B.Pirard (©) 16 mei 2014 14:39, email contact - CopiŽren toegelaten mits bronvermelding -